Peter van de Wijngaart / Portfolio / Agenda / Blog / Links / Contact
       Statement


Een eeuw geleden woonde tien procent van de wereldbevolking in een stad. Vandaag de dag is dit meer dan de helft. In westerse landen noemen nog veel meer mensen zich een stedeling. De eisen die dit aan de stad en haar inrichting stelt zijn daarmee sterk gegroeid. Waar steden vroeger gewoon ontstonden wordt er tegenwoordig steeds meer nagedacht over hoe een stad ingericht zou moeten zijn. De inrichting van de openbare ruimte, vergunningen, regels: ze roepen de vraag op: Van wie is de stad eigenlijk? En van wie is de openbare ruimte?

Steden horen te bruisen van energie door de mensen die er wonen, werken en bezoeken. Als de mensen weg zijn, blijven er sporen achter. De energie blijft hangen, soms zichtbaar, soms onzichtbaar.

Vaak lijkt het erop dat in de stad de inwoners zich niet of nauwelijks verbonden voelen met de stad, en zich er ook niet verantwoordelijk voor voelen. De openbare ruimte wordt hierdoor een anonieme ruimte die zonder beheer van de overheid verloedert. De overheid neemt dan ook de rol van beheerder op zich, maar verliest het zicht op de mensen, hun behoeften en hun interactie. In de moderne stad is de authenticiteit verloren gegaan. Er zijn weinig plekken meer die gewoon ontstaan of die uit mensen zelf komen. De plekken die mensen delen zijn georganiseerd, vaak niet door henzelf maar door de overheid. De stad moet opgeruimd en netjes zijn. Openbare ruimte wordt steeds meer een facade voor buitenstaanders dan voor de mensen die er daadwerkelijk leven.

De verschillen in interactie tussen mensen kunnen treffend zijn, van plek tot plek en van stad tot stad. Voert op sommige plaatsen de anonimiteit de boventoon, op een andere plek is het de vrijheid of het leven op straat. Daarbij is vaak te zien dat mensen overal hun plek weten te vinden, dat zelfs een stedelijke omgeving maakbaar is. De combinatie van eigenschappen die een stad heeft kan drukkend zijn maar kan tevens de vrijheid geven om je leven te leiden zoals je dat wil.

Deze interactie tussen mensen in de stedelijke omgeving staat in mijn werk centraal. De sporen die men achterlaat, wil ik laten zien. Een bermmonument voor een geliefde, de meubels die zij achterlaten, of juist weer meenemen bij het grofvuil, een geveltuin die de grens markeert tussen de stoep en het huis. In het project New York Minute zijn de mensen slechts passant , en zijn het vooral hun sporen die de aandacht trekken. Het razende reuzenrad op Coney Island, het voorbij snellende verkeer maar ook de stilte tussen de wapperende vlaggen op 11 september.

De stad is van niemand, de stad is van iedereen.


Peter van de Wijngaart